De bovenstroom houdt van overzicht.
Van KPI’s, functiebeschrijvingen, duurzame inzetbaarheid, verzuimcijfers en strategische personeelsplanning. De bovenstroom gelooft dat alles meetbaar is, mits je maar de juiste indicatoren kiest.
Ook de overgang wordt daar steeds vaker zichtbaar. Er verschijnen beleidsnotities. Menopauzeprotocollen. Handreikingen voor leidinggevenden. Organisaties ontdekken dat een aanzienlijk deel van hun medewerkers zich bevindt in een levensfase die invloed heeft op gezondheid, energie en werk.
Dat is winst.
En tegelijkertijd wringt er iets.
Want de bovenstroom heeft de neiging om elk verschijnsel te vertalen naar een beheersvraagstuk. Zodra iets zichtbaar wordt, ontstaat de behoefte om het te organiseren.
De overgang wordt dan een thema op de HR-agenda.
-Een risico voor uitval.
-Een vraagstuk van duurzame inzetbaarheid.
-Een onderwerp voor een lunchsessie.
Alsof het lichaam zich laat vatten in een beleidsdocument. Misschien is dat onvermijdelijk. Organisaties zijn nu eenmaal gebouwd om orde aan te brengen. Maar juist daardoor zien ze vaak niet wat zich onder de oppervlakte afspeelt.
Wat in de spreadsheet verschijnt als een afname van productiviteit, kan in werkelijkheid een periode zijn waarin iemand fundamentele vragen stelt over haar werk, haar rol en haar toekomst.
Wat wordt geregistreerd als verzuim, kan ook een zoektocht zijn naar betekenis. Wat als verminderde belastbaarheid wordt benoemd, blijkt soms een groeiend verlangen om niet langer te leven volgens verwachtingen die ooit vanzelfsprekend waren.
De bovenstroom ziet symptomen.
De mens ervaart een transitie.
Dat onderscheid is belangrijk.
Want de grote veranderingen van deze tijd ontstaan zelden in bestuurskamers. Ze beginnen bij mensen die voelen dat het oude niet meer werkt, terwijl het nieuwe nog geen vorm heeft gekregen.
Vrouwen in de overgang bevinden zich vaak precies op dat kantelpunt. Niet omdat zij een probleem hebben. Maar omdat zij iets zichtbaar maken wat onze organisaties liever vermijden: dat ontwikkeling niet altijd lineair verloopt. Dat ervaring niet hetzelfde is als stabiliteit. Dat wijsheid soms ontstaat uit ontregeling.
Misschien ligt daar wel de echte uitdaging voor de bovenstroom.
Niet om de overgang beter te managen.
Maar om te erkennen dat niet alles wat van waarde is, zich laat meten.
Dat niet elke transitie een projectplan heeft.
En dat sommige veranderingen pas begrepen kunnen worden wanneer we stoppen met kijken naar de cijfers en beginnen te luisteren naar de verhalen erachter.