De pil tegen de verkeerde pijn

Er is een vrouw die wakker wordt om drie uur ‘s nachts.

Niet omdat er iets gebeurt, maar omdat er iets gebeurt dat niet zichtbaar is. Haar lichaam is een huis geworden waarin iemand ongemerkt de thermostaat bedient. Soms is het er te warm, soms te koud. Soms lijkt de elektriciteit uit te vallen op plekken waar vroeger altijd licht brandde.

Ze gaat naar de huisarts.

Ze zegt dat ze moe is. Dat haar gedachten rondjes lopen als honden die hun mand niet kunnen vinden. Dat ze zichzelf soms kwijt is, niet dramatisch, niet op een manier die een roman oplevert, maar gewoon: zoals je een sleutel kwijt kunt raken in je eigen jaszak.

De huisarts knikt.

Er valt een woord.

Depressie.

Daarna volgt een recept.

Ik moet vaak denken aan hoe graag wij dingen benoemen. Alsof een naam hetzelfde is als begrip. Alsof een diagnose een zaklamp is die alles zichtbaar maakt. Maar soms is een diagnose ook een gordijn. Je ziet nog wel iets, maar niet meer wat erachter zit.

De overgang is zo’n gordijn.

Een vrouw zegt: ik voel me anders.

En de wereld antwoordt: dan moet er iets mis zijn.

Dat is een merkwaardige reflex.

Want veranderen is misschien wel het meest normale wat een mens doet.

Bomen verliezen hun bladeren zonder dat iemand antidepressiva voorstelt. Rivieren verleggen hun loop zonder dat een commissie wordt opgericht om het probleem te analyseren. Alleen van mensen verwachten we kennelijk dat ze dezelfde blijven, jaar na jaar, terwijl alles in en om hen heen verschuift.

Natuurlijk bestaan depressies.

Natuurlijk zijn er medicijnen die helpen.

Dit is geen pleidooi tegen antidepressiva. Het is eerder een pleidooi tegen haast. Tegen de neiging om een antwoord te formuleren voordat we de vraag goed hebben gehoord.

Wat als een vrouw niet ziek is, maar aan het veranderen?

Wat als haar verdriet geen symptoom is, maar informatie?

Wat als haar slapeloosheid iets probeert te vertellen dat overdag niet wordt gehoord?

Ik denk dat veel vrouwen in de overgang zich bevinden op een grensgebied waarvoor we weinig taal hebben. Niet meer jong, nog niet oud. Vol ervaring, maar ook vol vragen. Het is een levensfase waarin verlies en vrijheid soms dezelfde jas dragen.

Je neemt afscheid van iets.

Je weet alleen niet altijd waarvan.

Van vruchtbaarheid misschien.

Van vanzelfsprekendheid.

Van de versie van jezelf waarvan je dacht dat die permanent was.

Dat kan pijn doen.

Maar pijn is niet automatisch een stoornis.

Soms is pijn gewoon de prijs van een transformatie.

Misschien zouden we vrouwen vaker mogen vragen: wat gebeurt er met je?

Niet: welk medicijn heb je nodig?

Maar: welk verhaal probeer je lichaam te vertellen?

Dat gesprek duurt langer dan een recept uitschrijven.

Het levert minder meetbare resultaten op.

Het past niet gemakkelijk in een protocol.

Maar het erkent iets wat in de medische wereld soms uit beeld raakt: dat een mens geen verzameling symptomen is, maar een wezen dat betekenis zoekt.

En misschien is dat uiteindelijk waar de overgang over gaat.

Niet over hormonen alleen.

Niet over klachten.

Maar over de vreemde, ontroerende ervaring dat je lichaam verdergaat met de tijd, terwijl je geest af en toe achterom kijkt om te zien wie je ooit was.

En dat je dan ontdekt dat verdwijnen en verschijnen soms hetzelfde proces zijn. Dat je jezelf niet verliest, maar opnieuw moet leren herkennen. Dat er geen pil bestaat die dat werk voor je kan doen.

En misschien is dat maar goed ook.