Misschien herken je het. Je staat midden in een zin en ineens is het woord verdwenen. Niet een ingewikkeld woord, maar juist het meest alledaagse. Je eigen postcode schiet je niet te binnen. Je opent je telefoon om iets op te zoeken waarvan je zeker weet dat je het ooit wist. En terwijl je dat doet, sluipt een ongemakkelijke gedachte naar binnen: is dit hoe het begint?

Brain fog behoort tot de meest besproken overgangsklachten. Niet alleen omdat het hinderlijk is, maar omdat het raakt aan iets fundamenteels: ons vertrouwen in ons eigen denken. We kunnen veel ongemakken verdragen, maar zodra ons geheugen of onze concentratie lijkt te haperen, voelen we ons kwetsbaar. Alsof we langzaam iets van onszelf kwijtraken.

Juist daarom is het belangrijk onderscheid te maken tussen wat we ervaren en wat onderzoek laat zien.

Een groot onderzoek van King’s College London onder ruim 14.000 vrouwen tussen de 45 en 55 jaar vond geen aanwijzingen dat de overgang blijvende cognitieve schade veroorzaakt. Op geheugentests en andere cognitieve metingen presteerden vrouwen tijdens de overgang uiteindelijk net zo goed als vrouwen vóór en na deze levensfase.

Dat is een geruststellende conclusie. Maar ze doet niets af aan de ervaring van vrouwen die dagelijks merken dat denken meer inspanning kost.

Misschien zit daarin wel de sleutel. Brain fog lijkt niet zozeer te betekenen dat de hersenen minder kunnen, maar dat zij tijdelijk minder efficiënt werken. De bestemming blijft dezelfde, alleen de weg ernaartoe vraagt meer energie. Waar gedachten vroeger vanzelf leken te komen, moeten ze nu soms worden opgehaald. Dat verschil in inspanning ervaren we als mist.

Wie daarbij ook slecht slaapt, voortdurend onder druk staat of emotioneel uit balans is – stuk voor stuk veelvoorkomende overgangsklachten – merkt die extra belasting des te sterker. Elk vergeten woord lijkt dan het bewijs van achteruitgang, terwijl de werkelijkheid genuanceerder is.

Opmerkelijk genoeg sluit deze uitkomst aan bij de Amerikaanse SWAN-studie, die vrouwen al tientallen jaren volgt. Ook daar zagen onderzoekers tijdens de perimenopauze een tijdelijke afname van onder meer verwerkingssnelheid en verbaal geheugen, waarna deze functies zich bij veel vrouwen weer herstelden. Twee grote onderzoeken, verschillende populaties, dezelfde richting. Dat geeft vertrouwen dat we hier niet kijken naar blijvende schade, maar naar een tijdelijke fase van aanpassing.

Dat neemt niet weg dat de overgang een periode is waarin de hersenen daadwerkelijk veranderen.

We weten inmiddels dat vrouwen ongeveer twee keer zo vaak Alzheimer ontwikkelen als mannen. Ook is bekend dat tijdens de overgang veranderingen optreden in de energiehuishouding van de hersenen en dat bepaalde eiwitten, zoals bèta-amyloïd, tijdelijk toenemen. Zulke bevindingen verdienen serieuze aandacht, maar vragen ook om terughoudendheid in de interpretatie.

Want brain fog en Alzheimer vertellen twee verschillende verhalen.

Het eerste speelt zich af in het heden. Het gaat over de ervaring van vandaag: moeite met concentreren, woorden zoeken, dingen vergeten. Het tweede ontvouwt zich over tientallen jaren. Beide processen lijken samen te hangen met de afname van oestrogeen, maar het huidige onderzoek biedt geen aanwijzingen dat ernstige brain fog tijdens de overgang voorspelt wie later Alzheimer zal krijgen. Wetenschap vraagt juist op dit punt om bescheidenheid. Niet alles wat gelijktijdig gebeurt, blijkt uiteindelijk ook oorzakelijk met elkaar verbonden.

Die bescheidenheid lijkt langzaam terug te keren in het overgangsonderzoek zelf.

Jarenlang bleef veel kennisontwikkeling achter. De onrust die ontstond na de grote hormoontherapie-studie uit 2002 remde het onderzoek aanzienlijk. Inmiddels groeit het besef dat daardoor een hele generatie vrouwen onvoldoende wetenschappelijk is gevolgd. Het is daarom veelzeggend dat de University of California onlangs een subsidie van 50 miljoen dollar ontving voor een langlopend onderzoek naar de relatie tussen overgang, hormonen en Alzheimer. Vrouwen zullen jarenlang vóór, tijdens en na de overgang worden gevolgd. Niet om snelle antwoorden te vinden, maar om eindelijk de juiste vragen zorgvuldig te kunnen beantwoorden.

Dat is hard nodig.

Want hoewel de wetenschap vooruitgaat, blijft de zorg achter. Een recente internationale review in The Lancet Obstetrics, Gynaecology & Women’s Health laat zien dat overgangszorg in veel landen nog altijd versnipperd is. Kennis ontbreekt, richtlijnen worden onregelmatig toegepast en veel vrouwen voelen zich onvoldoende gehoord. Vooral vrouwen met een migratieachtergrond, een lager inkomen of beperkte toegang tot betrouwbare informatie ondervinden daarvan de gevolgen.

Dat is misschien wel de bredere les die uit deze onderzoeken naar voren komt. Niet alleen dat de overgang meer aandacht verdient, maar ook dat vrouwengezondheid te lang als een randonderwerp is behandeld. De wetenschap is bezig die achterstand in te halen, maar onderzoek alleen is niet genoeg. Kennis moet ook haar weg vinden naar spreekkamers, werkvloeren en keukentafels.

Misschien is dat uiteindelijk de meest geruststellende gedachte. Brain fog is geen aanstellerij en geen teken van persoonlijk falen. Het is een herkenbaar verschijnsel in een levensfase waarin het lichaam ingrijpend verandert. Voor zover we nu weten is die mist tijdelijk. En juist doordat er eindelijk serieus onderzoek naar wordt gedaan, wordt de kans groter dat vrouwen niet alleen betere antwoorden krijgen, maar zich ook minder alleen hoeven te voelen in wat zij ervaren.

Misschien herken je het wel. Je staat midden in een zin en ineens ben je het meest gewone woord kwijt. Je kijkt naar een formulier en weet opeens je eigen postcode niet meer. Of je pakt voor de derde keer die dag je telefoon om iets op te zoeken waarvan je zéker wist dat je het wist.

Brain fog is een van de meest frustrerende klachten van de overgang. En misschien ook wel een van de engste. Want als je geheugen je ineens in de steek lijkt te laten, is de gedachte snel gemaakt: gaat dit ooit nog over?

Die angst is begrijpelijk. Je merkt het op je werk, je voelt je minder scherp tijdens gesprekken en misschien vraag je je zelfs af of je versneld oud wordt. Toch is er ook geruststellend nieuws. Een groot onderzoek van King’s College London onder ruim 14.000 vrouwen tussen de 45 en 55 jaar vond geen aanwijzingen dat de overgang blijvende schade aan het geheugen veroorzaakt. Vrouwen die midden in de overgang zaten, scoorden op cognitieve tests uiteindelijk net zo goed als vrouwen vóór en ná de overgang.

Dat klinkt misschien tegenstrijdig. Want als je net zo goed presteert, waarom voelt je hoofd dan alsof je door stroop loopt?

Waarschijnlijk omdat brain fog niet zozeer gaat over wat je hersenen nog kunnen, maar over hoeveel energie het kost. De prestatie blijft hetzelfde, alleen de inspanning ernaartoe is groter. Waar je vroeger automatisch op een woord kwam, moet je nu nét iets langer zoeken. Je haalt dezelfde eindstreep, maar de route ernaartoe voelt zwaarder.

En precies dat merk je.

Tel daar een slechte nachtrust, stress of sombere gevoelens bij op — allemaal bekende overgangsklachten — en ieder vergeten boodschappenlijstje voelt ineens als bewijs dat er iets ernstig mis is. Terwijl de wetenschap daar voorlopig geen aanwijzingen voor ziet.

Ook de grote Amerikaanse SWAN-studie, die vrouwen al tientallen jaren volgt, laat hetzelfde patroon zien. Tijdens de perimenopauze is er vaak een tijdelijke dip in verwerkingssnelheid en verbaal geheugen. Zodra de overgang achter de rug is, herstellen die functies bij veel vrouwen weer. Twee grote onderzoeken, verschillende onderzoeksgroepen, dezelfde conclusie: brain fog is echt, maar lijkt gelukkig tijdelijk.

Dat betekent overigens niet dat er niets gebeurt in de hersenen.

Onderzoekers weten inmiddels dat vrouwen ongeveer twee keer zo vaak Alzheimer krijgen als mannen. Tijdens de overgang verandert ook de stofwisseling van de hersenen en worden er meer bèta-amyloïd-eiwitten gezien, een stof die een rol speelt bij Alzheimer. Dat klinkt zorgwekkend, maar brain fog en Alzheimer zijn niet hetzelfde.

Brain fog gaat over hoe je je nú voelt en functioneert. Alzheimer ontwikkelt zich over tientallen jaren. Beide processen lijken beïnvloed te worden door de daling van oestrogeen, maar het één voorspelt het ander niet. Veel last hebben van brain fog betekent dus niet dat je later automatisch een grotere kans hebt op dementie.

Juist omdat we daar nog zoveel niet over weten, is nieuw onderzoek hard nodig.

Deze zomer werd bekend dat de University of California een subsidie van 50 miljoen dollar ontvangt voor een langlopend onderzoek naar de relatie tussen de overgang, hormonen en Alzheimer. Vrouwen worden jarenlang gevolgd vóór, tijdens en na de overgang. Precies het soort onderzoek waar wetenschappers al jaren om vragen.

Want eerlijk gezegd weten we nog verrassend weinig.

Dat heeft ook een geschiedenis. Na de grote Amerikaanse hormoontherapie-studie uit 2002, die veel onrust veroorzaakte over mogelijke risico’s van hormoontherapie, kwam onderzoek naar de overgang jarenlang vrijwel stil te liggen. Pas de laatste jaren groeit het besef hoeveel kennis er ontbreekt over de gezondheid van vrouwen in deze levensfase.

En dat gebrek aan kennis merk je ook in de spreekkamer.

Een internationale review die onlangs verscheen in The Lancet Obstetrics, Gynaecology & Women’s Health schetst geen rooskleurig beeld. Van Engeland tot Australië blijkt overgangszorg vaak versnipperd. Veel zorgverleners krijgen er tijdens hun opleiding nauwelijks onderwijs over en bestaande richtlijnen worden lang niet altijd toegepast. Vooral vrouwen met een migratieachtergrond, een lager inkomen of beperkte toegang tot betrouwbare informatie blijken daardoor vaker tussen wal en schip te vallen.

Misschien is dat wel de belangrijkste boodschap.

Niet dat brain fog “tussen je oren zit” — integendeel. Het is een echte klacht, die veel vrouwen herkennen. Maar ook een klacht waarvan het huidige onderzoek gelukkig laat zien dat ze waarschijnlijk niet blijvend is.

Hoe meer wetenschappers leren over de invloed van hormonen op de hersenen, hoe beter vrouwen straks geholpen kunnen worden. Tot die tijd blijft kennis delen misschien wel het krachtigste medicijn. Want weten dat je niet de enige bent, en dat wat je ervaart een verklaarbare fase is, haalt voor veel vrouwen al een groot deel van de angst weg.