We zijn geneigd de overgang te zien als een soort terugreis.
De hormonen veranderen, de menstruatie verdwijnt en het lichaam lijkt opnieuw een terrein te betreden dat we ooit al eens hebben verkend. De overgang wordt daarom nogal eens voorgesteld als een omgekeerde puberteit: wat er toen bijkwam, gaat er nu weer af.
Maar het brein houdt zich niet zo netjes aan dat verhaal.
Een nieuw onderzoek, gepubliceerd in Nature Communications, vergeleek hersenveranderingen tijdens drie grote hormonale levensfasen: de puberteit, zwangerschap en menopauze. De onderzoekers gebruikten longitudinale MRI-gegevens van 1.095 meisjes en vrouwen en pasten voor de drie groepen dezelfde analysemethode toe. Ook namen ze controlegroepen mee om veranderingen door normale ontwikkeling en veroudering beter te kunnen onderscheiden van veranderingen die samenvallen met een hormonale overgang.
De resultaten zijn opvallend.
Bij meisjes die de overgang van vóór naar ná de eerste menstruatie doormaakten en bij vrouwen die een zwangerschap doormaakten, zagen de onderzoekers een afname van de hoeveelheid grijze stof in de hersenschors. Bij vrouwen die tijdens de onderzoeksperiode van pre- naar postmenopauzaal gingen, zagen ze die afname van de totale en corticale grijze stof niet.
Dat betekent niet dat de hersenen tijdens de menopauze onveranderd blijven. Het betekent iets preciezers: de structurele verandering die bij de andere twee hormonale overgangen werd gezien, trad hier niet op dezelfde manier op. De onderzoekers spreken daarom van een kwalitatief verschillend patroon.
Niet minder hersenen, maar een ander patroon
Dat verschil wordt nog interessanter wanneer de controlegroepen erbij worden betrokken. Zowel vrouwen die vóór de menopauze bleven als vrouwen die al postmenopauzaal waren, lieten gedurende de onderzochte periode wel een significante afname van totale en corticale grijze stof zien. Bij de vrouwen die daadwerkelijk de menopauzale overgang doormaakten, werd die afname niet gevonden.
De onderzoekers suggereren daarom dat de menopauzale overgang mogelijk gepaard gaat met een tijdelijke afzwakking van de gebruikelijke leeftijdsgerelateerde afname van grijze-stofvolume. Maar dat is een interpretatie, geen vastgesteld mechanisme. De directe groep-tijdvergelijkingen waren niet significant, waardoor de auteurs zelf benadrukken dat deze verklaring voorlopig is.
Dat is een belangrijk verschil met de vaak gehoorde uitspraak dat de overgang ervoor zorgt dat de grijze stof “afneemt”. Zo eenvoudig ligt het volgens deze studie niet.
Sterker nog: de onderzoekers vonden juist dat de menopauzale overgang op dit punt anders verloopt dan de puberteit en zwangerschap. In meer dan de helft van de onderzochte hersengebieden waren de patronen van volumeverandering tussen de drie overgangen verschillend. Tegelijkertijd vertoonden puberteit en zwangerschap in delen van de prefrontale, pariëtale en temporale hersenschors overeenkomsten.
De overgang is dus geen omgekeerde puberteit
Misschien is dat uiteindelijk het interessantste aan het onderzoek.
Puberteit en zwangerschap gaan in deze studie gepaard met een meetbare afname van corticale grijze stof. Tijdens de menopauzale overgang zien de onderzoekers zo’n volumevermindering niet. Dat maakt de drie fasen niet gelijkwaardig en ook niet elkaars tegenpolen.
En dan is er nog iets belangrijks: een afname van grijze-stofvolume betekent niet automatisch dat het brein slechter gaat functioneren. Structurele veranderingen op MRI zijn geen directe maat voor cognitieve prestaties. De studie onderzoekt bovendien hersenstructuur, niet of vrouwen tijdens de overgang bijvoorbeeld slechter kunnen onthouden, minder geconcentreerd zijn of juist cognitief veranderen.
We moeten dus oppassen met het vertalen van een MRI-afbeelding naar een verhaal over wat iemand wel of niet meer kan.
Wat we wél kunnen zeggen, is dat het brein tijdens verschillende hormonale levensfasen verschillende structurele patronen laat zien. De menopauze lijkt daarin niet simpelweg de terugweg van de puberteit te zijn.
Misschien is dat een prettigere manier om naar het vrouwenbrein te kijken. Niet als een orgaan dat bij iedere levensfase iets moet inleveren, maar als iets dat zich steeds opnieuw tot zijn omgeving verhoudt.
Soms verandert er veel.
Soms verandert er iets anders dan je verwacht.
En soms is juist het uitblijven van een verandering het interessante resultaat.
Bron
Van ’t Hof SR, Bos MGN, Straathof M, Crone EA, Hoekzema EA. Puberty, pregnancy, and menopause show shared and distinct structural changes across the lifespan. Nature Communications, volume 17, artikel 9360 (2026).