Richtlijn Overgang en Werk: eindelijk erkenning voor wat al jaren zichtbaar is

Er zijn momenten in de geschiedenis waarop iets wat al lang onder de oppervlakte borrelt, eindelijk een naam krijgt. De nieuwe NVAB-richtlijn Overgang en Werk is zo’n moment. Geen revolutie met tromgeroffel, maar een correctie van een hardnekkige blinde vlek.

Tijdens het TBV-congres over vrouwspecifieke aandoeningen vertelt bedrijfsarts Sophia Franklin over de totstandkoming van deze richtlijn. Dat die er moest komen, was volgens haar geen kwestie van wens, maar van noodzaak.

‘De CAS-code voor overgangsklachten wordt slechts zelden gebruikt,’ zegt zij. ‘Statistisch gezien is dat onmogelijk.’

En daar zit de kern. Wat niet geregistreerd wordt, bestaat niet. Wat niet bestaat in cijfers, bestaat niet in beleid. En wat niet bestaat in beleid, blijft het individuele probleem van de vrouw die tegenover je zit op het spreekuur.

De onzichtbare factor

Het feit dat de CAS-code nauwelijks wordt gebruikt, is geen administratieve omissie. Het is een signaal. Overgangsklachten worden niet herkend – of niet benoemd.

Bij burn-out wordt zelden aan de overgang gedacht. Bij klachten van het bewegingsapparaat evenmin. Slaapproblemen, concentratieverlies, stemmingswisselingen – ze worden vaak ondergebracht in andere categorieën. De diagnose past zich aan het systeem aan, niet aan de realiteit van het vrouwenlichaam.

Zo ontstaat een paradox: miljoenen vrouwen in de werkende leeftijd, maar nauwelijks cijfers die hun overgang zichtbaar maken.

Als je het eenmaal ziet

Franklin kwam het onderwerp niet tegen in een handboek, maar in het leven zelf. Haar moeder, fulltime werkend, worstelde met forse klachten. Later, als zelfstandig bedrijfsarts bij een grote gemeente en een luchtvaartmaatschappij, zag zij dagelijks vrouwen met vergelijkbare symptomen.

Ze verwees hen geregeld door naar gespecialiseerde poli’s – en zag hoe zij opknapten.

‘Als je het eenmaal hebt gezien en het leert herkennen,’ zegt ze, ‘dan merk je hoe wijdverbreid het is en op hoeveel momenten je het tegenkomt.’

Dat herkennen is cruciaal. Niet alleen medisch, maar ook cultureel. Want wat wij niet geleerd hebben te zien, blijven wij over het hoofd zien.

Van non-issue naar richtlijn

Wat Franklin verbaasde – en later verontwaardigde – was dat bedrijfsartsen nauwelijks geschoold zijn in het herkennen van overgangsklachten en hun impact op werk. Alsof de overgang een privéaangelegenheid is, irrelevant voor productiviteit, inzetbaarheid en werkvermogen.

Dat is zij niet.

De nieuwe richtlijn brengt wetenschappelijke kennis samen en vertaalt die naar de dagelijkse praktijk van de bedrijfs- en verzekeringsarts. Zij beschrijft wat de overgang is, welke klachten ermee samenhangen en – wezenlijk – wat de impact is op werk, werkvermogen en verzuim.

Juist dat laatste onderscheidt deze richtlijn van andere medische standaarden. Hier wordt de overgang niet alleen gezien als biologische fase, maar als factor in het arbeidsleven. En dat is een erkenning met betekenis.

Registreren is erkennen

Franklin benadrukt het belang van goede registratie. Zonder registratie geen inzicht. Zonder inzicht geen beleid.

‘Als we de CAS-code niet gebruiken, krijgen we nooit een goed beeld van de impact op verzuim.’

Dat is meer dan een technische oproep. Het is een morele. Registreren is erkennen. Het is zeggen: dit doet ertoe. Deze klachten zijn geen randverschijnsel, maar onderdeel van de werkelijkheid van werkende vrouwen.

Een cultuurverandering in wording

De richtlijn alleen verandert de wereld niet. Maar zij markeert wel een kantelpunt. Een beweging van individualisering (“zij kan het blijkbaar niet aan”) naar contextualisering (“welke rol speelt deze levensfase?”).

Voor organisaties, HRM-adviseurs en leidinggevenden ligt hier een opdracht. Niet om vrouwen te medicaliseren, maar om werk anders te organiseren waar nodig. Om ruimte te maken voor gesprekken die tot voor kort ongemakkelijk of ongewenst waren.

Want wie regie wil nemen op de toekomst – zoals wij alsOVER!academie bepleiten – moet ook regie kunnen nemen in de overgang. En dat vraagt om kennis, erkenning en moed.

De richtlijn Overgang en Werk is een begin.